Het examenonderdeel Schrijven
Hoe ziet het examen eruit?
Let op: dit onderdeel is met pen en papier
Je maakt 4 schrijfopdrachten op A2-niveau. De opdrachten zijn gevarieerd en gaan over alledaagse situaties:
- Een formulier invullen (naam, adres, reden van aanvraag, etc.).
- Een kort bericht schrijven, zoals een briefje aan een buurman of een berichten aan een vriend.
- Een korte e-mail of brief aan een instantie (gemeente, school, werkgever).
- Een open schrijfopdracht over een alledaags onderwerp (jezelf voorstellen, iets uitleggen).
Wat moet je kunnen?
Je schrijft korte, begrijpelijke teksten over alledaagse onderwerpen. Het gaat voornamelijk om of je boodschap overkomt β niet om perfecte spelling of ingewikkelde grammatica. Op A2-niveau moet je in staat zijn om:
- Eenvoudige formulieren correct in te vullen.
- Een korte tekst te schrijven met een duidelijk begin, midden en einde.
- Basiswoorden correct te spellen (veelgebruikte woorden, niet uitzonderingen).
- Simpele zinnen te maken met onderwerp, werkwoord en aanvulling.
Hoe wordt het beoordeeld?
Cito beoordeelt je schrijfwerk op drie criteria:
- Taakuitvoering β heb je de opdracht volledig uitgevoerd? Staat alle gevraagde informatie in je antwoord?
- Begrijpelijkheid β kan een Nederlandse lezer je tekst goed begrijpen, ook als er kleine fouten in zitten?
- Woordenschat en grammatica β gebruik je voldoende correcte basiswoorden en eenvoudige zinsstructuren?
Kleine spelfouten of vergeten accenten kosten niet direct punten zolang de tekst begrijpelijk blijft. Schrijf duidelijk en leesbaar β als de beoordelaar je handschrift niet kan lezen, kan hij je antwoord ook niet beoordelen.
Hoe oefen je?
Op inburgeren.nl staan 3 gratis downloadbare oefenexamens Schrijven (als pdf). Print deze uit en maak ze met pen en papier β net als op de echte examendag. Kijk daarna of je je antwoorden kunt vergelijken met een voorbeeld of taalleraar.
- Oefen dagelijks 5β10 minuten schrijven: een boodschappenlijstje, een berichtje, een notitie.
- Schrijf altijd met de hand β typende vingers helpen je handschrift niet.
- Vraag je taaldocent of een Nederlandstalig iemand om feedback op je teksten.
- Leer de meestgemaakte basisfouten kennen: de/het, zijn/hebben, werkwoordsvervoeging.
Tip: verdeel je tijd over de 4 opdrachten
Veelgemaakte fouten
- Alleen typend oefenen. Je schrijft het examen met pen en papier β je handschrift en schrijfsnelheid zijn anders dan typen.
- De opdracht niet volledig lezen. Lees goed wat er gevraagd wordt voordat je begint met schrijven, anders mis je misschien een deel van de opdracht.
- Te korte antwoorden. Schrijf minstens 2β3 zinnen per opdracht, tenzij alleen een formulier invullen gevraagd wordt.
- Onleesbaar handschrift. Schrijf rustig en duidelijk β liever iets langzamer dan niet te lezen.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt het examenonderdeel Schrijven?
Op A2-niveau 40 minuten voor 4 opdrachten. Bij een ander niveau kan dit afwijken β check je examenuitnodiging voor de exacte tijd.
Doe ik dit onderdeel ook op de computer?
Nee. Schrijven is het enige taalonderdeel dat je met pen en papier maakt. De andere drie taalonderdelen (Lezen, Luisteren, Spreken) doe je op de computer.
Hoeveel schrijfopdrachten krijg ik?
4 opdrachten op A2-niveau: een formulier invullen, korte berichten schrijven en een open schrijfopdracht.
Worden kleine spelfouten afgestraft?
Kleine fouten kosten niet direct punten als je tekst begrijpelijk blijft. Taakuitvoering en begrijpelijkheid wegen het zwaarst. Schrijf liever iets met een kleine fout dan helemaal niets.
Hoeveel woorden moet ik schrijven per opdracht?
Er is geen vaste woordentelling. Schrijf genoeg om de taak volledig uit te voeren β gemiddeld 3 tot 6 zinnen per schrijfopdracht is een goed uitgangspunt.